Al vanaf het begin van zijn loopbaan was Frans zeer geïnteresseerd in cognitieve stoornissen na NAH, en met name in afasie. Daarin was hij destijds als gedragsneuroloog een uitzondering. Bijzonder was ook zijn grote interesse juist voor de behandeling van deze stoornissen en voor het effect ervan op het leven van zijn patiënten. Hierdoor wist hij een brug te slaan tussen de neurologie en de revalidatie en is zijn invloed op onze huidige manier van werken in de diagnostiek en behandeling van personen met afasie enorm geweest.
Onderwijs
Zijn invloed startte in het onderwijs. Begin zeventiger jaren begon hij met lesgeven aan de logopedie opleiding in Rotterdam. Later ontwikkelde hij samen met Evy Visch-Brink, Philine Berns en Sandra Wielaert de Post HBO opleiding “Neurologische Taal-en Spraakstoornissen” (1991-2007), waar logopedisten zich konden specialiseren als afasietherapeut. Dit leidde tot de oprichting van de Nederlandse Vereniging van Afasie Therapeuten (NVAT). Toen de NTSS stopte, kwam hier de jaarlijkse Aphasia Clinic voor in de plaats, en Frans bleef tot vorig jaar als bestuurslid betrokken bij de organisatie van de Clinics.
Interdisciplinaire behandeling van afasie
Frans, als hoofd van de afdeling neuropsychologie, was ervan overtuigd dat de behandeling van afasie moest worden verbeterd en dat interdisciplinaire samenwerking cruciaal was om dit te bereiken. Internationaal publiceerden linguïsten onderzoeken over de relatie taal-brein en over taalstoornissen door hersenletsel. Daarom besloot hij de afdeling neuropsychologie te versterken met een linguïst, Evy Visch-Brink.
Met de oprichting van de Stichting Afasie Rotterdam in 1979, kregen diagnostiek en behandeling bij afasie een grote impuls. Als basis gold altijd de klinische praktijk, uitgevoerd door twee teams: een behandelteam waarin alle logopedisten van de aangesloten Rotterdamse verpleeghuizen zaten, en een diagnostisch team met een logopedist, een linguïst, een neuropsycholoog en hijzelf, de neuroloog.
Tweewekelijks werden er door deze voltallige teams gezamenlijk patiënten besproken die in behandeling waren in één van de verpleeghuizen. Deze interdisciplinaire besprekingen waren heel inspirerend en vormend voor alle betrokken disciplines. Bijzonder was de rol van Frans: alle disciplines hadden een bijdrage aan de discussie vanuit het eigen vakgebied, maar ze konden ook allemaal kritisch “bevraagd” worden. Dat deed hij met humor en een knipoog. Dat betekende dat iedereen werd uitgedaagd om scherp na te denken. Dat kostte iedereen veel tijd, maar heeft uiteindelijk heel veel opgebracht. Deze “werkplaats” functie van de SAR, zoals hij het zelf noemde, leidde tot allerlei projecten: de ontwikkeling van nieuwe tests en therapiemethoden, het publiceren van artikelen over behandeling van afasie en het opzetten van effect-onderzoek. We leerden van elkaar, verdiepten ons in de internationale literatuur en bedachten met elkaar innovaties.
In navolging van Rotterdam ontstonden in heel Nederland Afasieteams, met de nota die Frans als SAN bestuurslid schreef, als leidraad. In 1996 werd het SAR afasieteam het Rijndam revalidatie afasieteam.
Binnen het Erasmus MC gingen Frans en Evy in samenwerking met de neurologen Dippel en Koudstaal aan de slag met de RATS (Rotterdam Aphasia Therapy Study) studies, gerandomiseerde effectstudies volgens medisch model. Deze studies werden afgerond na Frans’ pensionering en oogstten internationaal veel waardering.
Door zijn aimabele persoonlijkheid, zijn grote klinische kennis van cognitieve stoornissen en zijn rustige, invoelende benadering was Frans voor patiënten een geweldige dokter en voor professionals een zeer gewaardeerd docent.
In 1976 kwam ik als student Algemene Taalwetenschap op de afdeling Neuropsychologie terecht. Frans van Harskamp zocht een student die bij hem op de afdeling een afstudeerscriptie wilde schrijven. De eerste weken was ik -als taalkundestudent- behoorlijk geïntimideerd door de omgeving, de afdeling Neurologie van het Dijkzigt Ziekenhuis. Dat verdween al snel, want Frans was als geen ander in staat je het gevoel te geven dat je er mocht zijn en een mening mocht hebben, ook als linguïst, en ook als groentje. Hij gaf je de ruimte om je te ontwikkelen. Van hem leerde ik om te gaan en te communiceren met patiënten. Mijn hele professionele leven als klinisch linguïst heb ik genoten van onze gesprekken over patiënten, therapiemethoden en onderzoeksprojecten. Van zijn kennis, overzicht en humor. En ook na zijn pensionering bleef hij geïnteresseerd in alles wat er speelde en hielden we contact. Terugkijkend vanuit AfasieNet nu, zie ik hoezeer ik door hem gevormd ben en ook wat er allemaal is opgebouwd in het werkveld, en hoe Frans van Harskamp degene was die dit allemaal in gang heeft gezet.
Mieke van de Sandt-Koenderman
Klinisch linguïst (gepensioneerd) Afasieteam Rijndam revalidatie