Afspraken maken
Meestal laat ik Jantien, mijn vrouw, een afspraak maken. Het lijkt simpel, even een afspraak maken, maar voor mij is dat meestal niet het geval. Schrijven gaat me de laatste tijd wel redelijk goed af, als ik maar rustig de tijd heb om mijn zinnen zorgvuldig te formuleren. Maar alles wat met cijfers te maken heeft is een drama. Rekenen boven de tien, wat ik voorheen als een automatisme beschouwde, gaat nu moeizaam. Op de digitale klok heb ik behoorlijk moeten oefenen voordat ik het weer onder de knie had. Samen met mijn logopediste heb ik flink mijn best gedaan op klokrekenen.nl.
Alles wat met data te maken heeft blijkt voor mij een onoverkomelijke hobbel te zijn. Hier maak ik de meeste fouten in. Ik zeg andere getallen dan die ik in werkelijkheid wil zeggen en getallen, data die me aangereikt worden, dringen niet tot me door.
Er belde een secretaresse van een afdeling van het ziekenhuis en wilde ‘gewoon even’ een afspraak verzetten.
‘De afspraak van die en die datum, van zo en zo laat kan niet doorgaan en wordt verschoven naar die en die datum om zo en zo laat, maar we hebben ook nog een plekje op…’
Dat komt bij mij dus niet meer binnen en gaat veel te snel.
Voortaan is bij het secretariaat van het ziekenhuis bekend dat Jantien gebeld moet worden omtrent mijn afspraken. Dat gaat nu goed. Jantien is mijn contactpersoon. Maar ik vind het nog wel eens lastig. Vooral het besef dat ‘gewoon even’ een simpele afspraak maken, of verzetten, niet meer gaat. Maar het is zeker fijn dat het ziekenhuis meedenkt omtrent mijn afasie.
In mijn dossier bij de huisarts staat bovenaan dat het beste met Jantien contact opgenomen kan worden in verband met mijn afasie. Iedere assistente krijgt deze informatie direct op haar scherm wanneer mijn naam in beeld komt. Zo zie je maar weer: met wat overleg, kunnen er heel wat hindernissen weggenomen worden.
Digitalisering
Voor mijn hersenbloeding, stond ik niet stil bij wat digitalisering voor een impact kan hebben. Wat voorheen allemaal gewoon leek, werd door mijn afasie een behoorlijk obstakel. Goed, in mijn geval heb ik Jantien die veel voor mij regelt, maar ik zou niet weten hoe ik dat zonder haar moest doen.
Heel veel zaken worden voortaan online geregeld. Lekker makkelijk, even iets regelen, zittend op de bank met een kop koffie bij de hand. Zo ook het aanmelden bij het ziekenhuis, dat doe je gemakkelijk op voorhand vanuit huis. Tegenwoordig zijn dat een aantal stappen die ik niet kan overzien. Eerst moet ik de website van het ziekenhuis weten te vinden, dan weten waar ik moet inloggen, dan krijg ik een cijfercode doorgestuurd via mijn DigiD, vervolgens moet ik nog mijn weg zien te vinden op ‘Mijn Ziekenhuis.’ Het is een jungle aan stappen en vervolgstappen geworden waar ik met mijn afasie niet meer uit kom. Ook hiervoor heeft het ziekenhuis allemaal oplossingen. In plaats van thuis via de computer aan te melden, kan dat ook in de centrale hal van het ziekenhuis. Je gaat naar een zogeheten ‘zorgkiosk,’ (een aanmeld-apparaat) je loopt een eenvoudig menu door na je ID of rijbewijs gescand te hebben en je gaat naar de desbetreffende poli. Bij het ziekenhuis waar ik vaak kom, staan er altijd vrijwilligers klaar om je te helpen en zo nodig wegwijs te maken met de stappen die je moet doorlopen. Dat is wel fijn. Ook kan er iemand geregeld worden die met je meeloopt naar de poli. Maar dat moet dan wel van tevoren geregeld worden, iets wat voor mij, zelfstandig, lastig kan zijn.
In het ziekenhuis wordt ook veel gedigitaliseerd, maar wordt ook gekeken naar mogelijkheden voor mij en ik neem aan voor andere patiënten met andere beperkingen.
Soms gaat het nog wel eens fout. Dan gaat er ineens een afspraak niet door en had ik dat kunnen zien op ‘Mijn Ziekenhuis’, dat had ik dus gemist en Jantien, ‘mijn afspraken coördinator’, was aan het werk. Het gevolg was dat ik voor niets naar het ziekenhuis was gekomen.
Je staat er niet altijd bij stil hoeveel je ‘even tussendoor’ regelt. Ziekenhuizen ook niet altijd. Ik heb het pas gemerkt toen Jantien het voor mij moest gaan doen. Als je naast alles wat er doorgaans in een huishouden geregeld moet worden, ook nog alles voor een ander in de gaten moet houden of alle afspraken nog goed verlopen, dan kan dat best wel veel worden. Dat vind ik best wel vervelend en maakt me soms best verdrietig. Beseffen dat je iets kleins, iets vanzelfsprekends, niet meer kan. Voor Jantien wordt het soms wel eens teveel om mijn mantelzorger te zijn. Op zich red ik me lichamelijk best wel goed. Maar alles daaromheen, ‘de niet-fysieke dingen,’ loopt soms best hoog op. Ik hoor ook van anderen dat het voor een mantelzorger niet altijd makkelijk is. Dat maakt me wel treurig.
Naast ‘Mijn Ziekenhuis,’ heb je nog; Mijn tandarts; Mijn Zorgverzekering; Mijn Taxivervoer; Mijn Apotheek; Mijn Overheid en natuurlijk; Mijn Belastingdienst. Allemaal diensten die je het leven makkelijker willen maken (vooral de belastingdienst) maar dat geldt niet voor iedereen.
Wat zo vooruitstrevend en makkelijk lijkt, gaat niet voor iedereen op. Denk bijvoorbeeld aan digibeten en ouderen. Ik zelf mis vaak gewoon een loket waar je, van mens tot mens, even een vraag kunt stellen, in plaats van een scherm waar je in moet loggen. Ik ben misschien een beetje ouderwets, en mijn zoon zal dat meteen lachend bevestigen, maar een loket vind ik toch nog altijd prettiger.
Chatbot
Laatst had Jantien een Chatbot aan de lijn toen ze mijn NS-abonnement wilde stopzetten. Een Chatbot en ik gaan sowieso niet goed samen. Voor een dergelijk apparaat kom ik meestal net iets te traag uit mijn woorden en het is ook niet erg geduldig wanneer ik naar een woord aan het zoeken ben.
Tot drie maal toe werd haar vraag niet begrepen, of werd er gedacht dat Jantien wat anders bedoelde. Ik zat er naast en hoorde het gesprek tussen Jantien en de Chatbot aan.
– ‘Het stopzetten van een NS-abonnement,’ gaf Jantien als doel van het gesprek aan.
– ‘Wilt u een dienst aanvragen?’ herhaalde de Chatbot.
– ‘Nee, stopzetten!’ zei Jantien verbouwereerd.
– ‘Ik heb de vraag niet begrepen,’ zei de Chatbot. ‘Kunt u uw vraag herhalen?’
– ‘Stopzetten van NS-abonnement.’
– ‘Wilt u een NS-abonnement aanvragen?’
Ik begon het nu lachwekkend te vinden. Jantien die de Chatbot aan de lijn had, dacht daar anders over.
‘Dat hebben wij weer,’ zei ik lachend tegen Jantien, ‘een Chatbot met afasie!’