Het is gek, maar ik heb me niet eens verdiept in afasie. Misschien kwam het wel dat mijn logopedist zei aan het eind van de behandeling: “je heb geen afasie meer. Ten minste je hebt technisch gezien geen afasie meer.”
Ik dacht ‘nu ben ik klaar met oefenen’. Ik begreep later pas dat ik geen dan wel geen letterlijke afasie meer had maar dit niet bekende dat ik geen afasie meer had. Huh, wat bedoelde ik daar nou weer mee? Nou, ik had dan geen technische afasie meer maar dat wilde nog niet zeggen dat ik geen afasie had. Ik was kennelijk een keer overgegaan, dat ‘net’ voldoende was om technisch ‘geslaagd’ te kunnen zijn. Zo zie je maar dat een of twee woorden je leven kunnen inkleuren. Want of je nou hoog of laag springt ik heb afasie. Maar nou heb ik het, wat doe je er dan mee? Of tegen?
In mijn direct omgeving zegt iedereen dat mijn spraakgebruik best wel meevalt. Dat is mooi maar ik zit elke keer te haspelen bij elke zin die ik zeg. Ik voel me wel een jongetje van de 3e rang met mijn spraakgebrek. Maar ja, dat is hem nou juist. Ik moet juist blij zijn met de dingen die kan en ook doe! Maar ja, ik ben dus al drie en een half jaar bezig met mezelf overtuigen. Ik had niet verwacht dat het zo’n moeilijk proces was. Dat vertellen je niet op de ‘vakschool’ afasie. Zo zit ik maar te oefenen met de
riemen die ik heb.
Toch laat ik kans onbenut. Ik ben naar logepedist Thea gegaan buiten de veilige muren van mijn revalidatiecentrum Beatrixoord. En ik had mezelf voorgenomen “al brengt ze maar 3% taal bij, dan vind ik al prima.”
En ik ga nog steeds elke ochtend een verhaaltje voorlezen en tik daarbij ritmisch op het bureau. Het zou toch eens kunnen helpen. Ik hoor het zelf niet, maar anderen horen wel vooruitgang. Dus ik ga onverdroten door: want, tja, de omgeving wil ook
wat…..