Blog Erwin: opkrabbelen en doorzetten

Ik ben Erwin, 55 jaar,

getrouwd en heb een zoon van 15.

In december 2023 kreeg ik een hersenbloeding,

die mijn leven totaal veranderde.

Deze maand beschrijf ik dat ik opnieuw moest leren verhalen vertellen en opschrijven.

Afspraak

In de revalidatiekliniek Heliomare in Wijk aan Zee,

reed ik de eerste week een beetje doelloos rond

in mijn op maat gemaakte rolstoel.

Dit zodat ik met één been kon trippelen door de lange gangen.

De eerste oefeningen waren op de afdeling zelf.

Met mijn goede linkerhand moest ik mijn verlamde rechterarm in beweging brengen,

in de hoop dat hij gestimuleerd werd.

Ik had er een hard hoofd in,

maar toch deed ik zo goed mogelijk mijn best.

Al was het niet voor mij,

dan moest ik er alles aan doen

om zo goed mogelijk uit deze situatie te komen

voor mijn vrouw en mijn zoon.

Met mijn zoon, Huub, die in het tweede jaar van de middelbare school zat,

maakte ik de afspraak dat ik mijn stinkende best zou doen.

Hij zou op zijn beurt, op school, hetzelfde doen.

Lotgenoten

Met de andere revalidanten maakten we grappen,

om de moed erin te houden,

om niet alles zo serieus te nemen,

en simpelweg om het plezier.

De meeste mensen hadden een halfzijdige verlamming,

sommigen gecombineerd met een afasie.

Dat schept toch een band.

Ik kon, vond ik, best wel weer redelijk praten,

al was mijn spraak nog niet helemaal terug.

Ten eerste sprak ik heel zacht

en kon ik op heel veel woorden niet meer opkomen,

alsof ze uit mijn hersenen waren gewist.

Woordvindproblemen noemden ze dat.

Ik vond het een fantastisch woord: Woordvindproblemen.

Maar het was wel heel vervelend.

Er waren heel wat lotgenoten ook last hadden van een vorm van afasie.

Het communiceren werd daardoor aardig bemoeilijkt,

maar je merkte dat je er niet alleen voor stond.

Ook al was het lastig en frustrerend,

op begrip kon je rekenen.

Logopedie

Naast alle lichamelijke therapieën, kreeg ik ook logopedie.

Iets waar ik erg op zat te wachten.

Ik hield van schrijven.

Lange en korte verhalen.

Momenteel schreef ik hoofdzakelijk korte verhalen over mijn zoon.

Vanaf dat Huub geboren was, schreef ik 1/2 verhalen per week.

Allemaal leuke momenten.

Dat viel nu in het water.

Bij de eerste behandeling vertelde ik dat het voor mij erg belangrijk was

dat ik weer kon schrijven.

Maar eerst gingen we testjes doen.

Ik kreeg plaatjes te zien en moest deze benoemen.

Best kinderachtig, dacht ik.

Maar ik maakte nog best wat fouten.

Zo zei ik ‘huis’ bij een plaatje van een deur.

Ik zat wel in de goede richting, maar zag mijn fout niet in.

Het ging wel langzaam beter,

maar voor mijn gevoel ging het wel erg langzaam.

In de weken erna kreeg ik regelmatig dezelfde afbeeldingen te zien

en na een tijd zag ik wat ik fout deed.

Langzaam kwam het begrip van taal weer terug.

Maar de woordvindproblemen bleven me achtervolgen.

Schrijven met hindernissen

Mijn voornemen om weer te schrijven,

was in eerste instantie misschien een te hoog doel,

maar ik wilde het toch proberen.

Mijn broer, die een verstandelijk beperking heeft

en sommige zaken komisch kan samenvatten

zou het omschrijven als: Schrijven met hindernissen!

Het eerste verhaal schreef ik op een blocnote na alle therapieën,

alleen op mijn kamer.

Gelukkig was ik linkshandig

en hoefde niet eerst met mijn andere hand te leren schrijven.

Dat was een voordeel.

Het rare aan mijn woordvindproblemen was,

dat ik de woorden wel wist in het Engels of in het Duits.

Toen ik weer uit het revalidatiecentrum was ontslagen,

zocht ik de woorden tijdens het schrijven op in Google Translate.

Ook de site Synoniemen.net heeft me enorm geholpen.

Geduld

Ik moest leren geduld te hebben.

Dat was niet altijd makkelijk.

Vroeger deed ik ca. anderhalf uur over een verhaaltje van 800 woorden.

Nu doe ik er 6 uur over, verdeeld over drie dagen.

Na twee uur schrijven, ‘ploeteren,’

was ik echt moe en moest ik rusten.

Tijdens een gesprek met Jantien zei ik meestal:

‘Hoe heet het ook al weer?’

Dan zei ik haar een aantal synoniemen,

en gaf zij me het juiste woord.

In gesprekken met bijvoorbeeld een arts in het ziekenhuis,

liet ik Jantien vaak het woord doen.

Want vaak heb je maar kort de tijd.

Bovendien kon ze beter onthouden wat er gezegd werd.

Onze huisarts was altijd heel geduldig.

Bij hem voelde ik me altijd begrepen en gehoord.

Dat was fijn.

Huub, onze lieve puber van 15,

was ook altijd heel geduldig met me.

Als ik zei: ‘Hoe heet het ook alweer?’

en ik de synoniemen opsomde al een soort quizvraag,

gaf hij me niet het verlossende antwoord,

maar bleef hij rustig wachten.

Als ik dan nogmaals vroeg:

‘Zeg eens, hoe heet het ook alweer?’

zei hij: ‘Pap, je weet het wel.’

Ik moest dan meestal erg om hem lachen, want hij had gelijk.

Meestal vond ik het woord wel.

Het is blijven oefenen, blijven proberen, blijven doen.

Logopedistencode

Een half jaar na mijn hersenbloeding,

kreeg ik nog drie herseninfarcten.

Hoewel die gevolgen hadden op mijn lichamelijk herstel,

hadden die nauwelijks gevolgen voor mijn afasie.

In het ziekenhuis kreeg ik weer precies dezelfde test als voorheen.

Noem zo veel mogelijk dieren in twee minuten tijd.

Ik wist dat deze test ging komen.

In tegenstelling tot de eerste keer, was ik nu voorbereid.

Kom maar op, dacht ik.

Ik ging allerlei diergroepen af:

  • Boerderijdieren: Koe, schaap, varken, kat, hond.
  • Vogels: mus, merel, mees, meeuw.
  • Vissen: Paling, haring, kibbeling…

Bij die laatste schoot ik in de lach

omdat ik wist dat kibbeling geen vissoort was.

Ik ging verder met dieren uit de zee,

uit Afrika, slangen en apensoorten,

waarbij ik als laatste ‘Bokito’ noemde.

De logopediste moest lachen en had mijn techniek waarschijnlijk door.

Maar voor mijn gevoel had ik de logopedistencode gekraakt

door hun test te saboteren.

Ruim twintig verschillende dieren had ik opgenoemd.

Ik was met vlag en wimpel geslaagd.

Blijven oefenen

Blijven oefenen was een motto in mijn leven geworden.

De lichamelijke oefeningen waren best zwaar

en moeilijk vol te houden.

Zeker na iedere terugval na een herseninfarct.

Mijn taal ging nog steeds vooruit,

al ging het langzaam 

en speelt vermoeidheid nog steeds een rol.

Gelukkig hebben Huub en Jantien aan een half woord genoeg.

Over het algemeen ben ik blij dat ik zover ben gekomen.

Naast alle andere therapeuten,

wil ik daarom ook mijn logopedisten bij Heliomare

én de logopediste daarna bedanken.

Voor hun tomeloze inzet bij het volbrengen

en behouden van mijn grootste wens: schrijven.

1 reacties

  • Olaf Bleekemolen

    Mooi verhaal. Blijf oefenen. Behouden van de grootste wens: schrijven!

Dit artikel is meer dan 60 dagen oud. Reageren is niet meer mogelijk.

zaterdag 27-09-2025

in categorie:

1 reactie

Geef je reactie

Laatste reacties

Steun Stichting AfasieNet
met een donatie

AfasieNet
Over cookies

We gebruiken cookies om content en advertenties te personaliseren, om functies voor social media te bieden en om ons websiteverkeer te analyseren. Ook delen we informatie over uw gebruik van onze site met onze partners voor social media, adverteren en analyse. Deze partners kunnen deze gegevens combineren met andere informatie die u aan ze heeft verstrekt of die ze hebben verzameld op basis van uw gebruik van hun services. U gaat akkoord met onze cookies als u onze website blijft gebruiken.